Naar fotobesteloverzicht >>    ( foto in winkelwagen)
Interne perikelen uit het Stadhuis.
Door: Repelsteeltje | zondag 5 september 2010 11:06
SOESTERKWARTIER -

“Nee, nee, nee!”niet weer een brief uit het Soesterkwartier!
Het zweet loopt de wethouder over de ogen, de hartkloppingen zijn bijna ondraaglijk, hij voelt zich zweverig en neemt vlug plaats op de sofa die, op advies van zijn secretaresse, in zijn kamer geplaatst is. Hij moet steeds vaker van die sofa gebruik maken omdat de brievenstroom maar niet ophoud. Die wijk wordt nog eens zijn ondergang. Wat moet hij doen om met die bewoners weer goede maatjes te worden?

Hij denkt terug aan alle mails en brieven die hij uit het Soesterkwartier heeft ontvangen. Eigenlijk moet hij dat niet doen. Zijn huisarts heeft hem al dringend verzocht zichzelf in acht te nemen. “Leg het toch naast je neer wethouder! Heb maling aan al die brieven van die irritante bewoners. Laat toch zien wie de baas is in de stad! Dat zijn toch niet de bewoners! Verman je.”

De wethouder sluit even zijn ogen. Op advies van zijn huisarts zou hij dat veel vaker moeten doen, en soms lukt het hem aardig. Hij klopt zichzelf even op de borst en Jane, zijn secretaresse, maakt zich onmiddellijk zorgen. “Voelt u zich wel goed, Tarzan…. Oh, sorry, ik bedoelde natuurlijk wethouder. Zal ik de bedrijfarts even naar u laten kijken? Of voelt u zich veiliger bij de vertrouwenspersoon of de ombudsvrouw?”

De ogen van de wethouder draaien alle kanten op en zijn secretaresse heeft even geen contact meer met hem. Jane drentelt wat om de wethouder heen en besluit dan toch de nieuwe burgemeester in te lichten over het niet welbevinden van de wethouder. De burgemeester weet de weg nog niet zo goed in het stadhuis en het vergt dan ook enige tijd voordat Jane hem ziet rennen in de gang. “Hier moet u zijn burgemeester!”

“Maar beste wethouder toch! Wat is er toch met u aan de hand?” Er gaat grote rust van de nieuwe burgemeester uit en dat zet de wethouder ertoe zijn hart te luchten.

Hij verteld het hele verhaal, weliswaar eenzijdig, over het meldpunt, de wijkwinkel en de Stichting Water & Azijn. Hij verteld hoelang bewoners uit die wijk zich al tegen hem keren, hoe hoogst vervelend en klierig zij zich opstellen. Hoe het hem ondertussen de strot uitkomt en dat die bewoners zich zelfs niet door de opbouwwerker of de wijkzwerver laten tegenhouden. Hij heeft echt alles in het werk gesteld om de bewoners te weerhouden van brieven schrijven.

De burgermeester heeft eigenlijk veel belangrijker taken te verrichten dan te luisteren naar deze wethouder maar blijft toch op het puntje van zijn stoel zitten. Hij kan goed tussen de regels door horen en neemt zich voor deze zaak eens tot de bodem uit te zoeken.
Bewoners hebben namelijk ook rechten en een wethouder is in dienst van die bewoners!
Bewoners mogen altijd het recht opeisen van een schone en leefbare wijk.

Hij stelt de wethouder een bemiddelingspoging voor tussen hem en de bewoners van het Soesterkwartier… “Hallo wethouder!’ De burgemeester geeft de wethouder een zacht klapje op de wang maar de wethouder reageert niet. Hij pakt het bloemenvaasje van tafel en gooit het water over het gezicht van de wethouder. Die komt gelukkig weer bij.
Deze burgemeester weet echt van wanten en weet dat er vaak simpele oplossingen zijn voor blijkbaar ingewikkelde zaken.